Door: Anne van Aartrijk
Anne van der Burg (34) is hoogzwanger van haar tweede als ze in mei nieuws krijgt dat haar leven volledig op z'n kop zet. Ze heeft ongeneeslijke longkanker. In een reeks artikelen deelt ze met &C waar ze doorheen gaat. Dit keer: de impact die het op haar relatie heeft.
Toen ik hoorde dat ik ongeneeslijk ziek was, dacht ik twee dingen. Eén, ik wil mijn kinderen groot zien worden. Twee, daar gaat mijn relatie. Die is kapot. Vanaf nu zal ik altijd de zieke zijn: ik moet geopereerd worden, krijg chemotherapie en word kaal. Het wordt een en al ziekbed, en dat is nou eenmaal niet sexy. De seks zou uit ons leven verdwijnen, terwijl dat zo'n belangrijke bron van verbinding is. Zeg dan maar dag tegen je relatie. Het was niet dat ik twijfelde of wij wel sterk genoeg waren. Ik twijfelde of je überhaupt sterk genoeg kunt zijn om deze situatie samen aan te kunnen.
Alles dat we wilden
Zes jaar zijn Sander en ik samen. We droomden allebei van een koophuis en een gezin, en het lukte om die droom te verwezenlijken. Toen we vorig jaar ons droomhuis in Haarlem kochten, was Morris één en ik zwanger van Oliver. Het voelde als het begin van een nieuw leven. Ons leven. Ik was zielsgelukkig. Sander en ik grapten weleens over dat het ons zo voor de wind ging. 'Het mag wel wat complexer,' zei hij dan. Laatst begon hij daar nog over in bed: 'Ik heb het toch niet over ons afgeroepen, hè? Doordat ik dat hardop heb gezegd?' 'Nee schat,' antwoordde ik, 'je hebt het niet over ons afgeroepen.' Maar complexer is het wel geworden.
Toen ik negen maanden geleden de diagnose kreeg, voelde het alsof alles wat we hadden opgebouwd, in één keer weg was. Ons hele leven lag nog voor ons, maar ineens was tijd niet meer iets vanzelfsprekends. We fantaseerden graag over de toekomst, over een extra verdieping op ons huis, een reis naar Japan als de jongens groot waren, het liefdesfeest dat we wilden geven als we vijftig waren. Maar ineens lagen we angstig naast elkaar in bed: ik bang om dood te gaan, hij bang om mij te verliezen.
Ik voel me ontzettend schuldig dat ik hem zoveel angst, verdriet en stress bezorg. Hij heeft nog een heel leven voor zich, hij zou een gezonde vrouw moeten hebben met wie alles vanzelf gaat. In plaats daarvan heeft hij mij, een ongeneeslijk zieke vriendin van wie hij niet weet hoelang ze er nog is. 'Zo zie ik het helemaal niet, liefje,' zegt hij dan. 'Met jou heb ik nog steeds goud in handen.' Dat is heel lief, maar zo voelt het voor mij niet. Ik voel me allesbehalve goud.
Een leven na mij
Gelukkig veranderde ik door de medicatie niet in een schim van mezelf. Tegelijkertijd zijn er zoveel momenten waarop ik denk: mijn god, waar zijn we in beland? De eerste keer dat we intiem waren na de bevalling van Oliver, bijvoorbeeld. 'Denk goed na over anticonceptie,' benadrukte de gynaecoloog al vlak na de geboorte. Door mijn medicatie werkt de pil minder goed, maar ik mag niet weer zwanger worden. Een embryo mag je absoluut geen kankermedicijn toedienen. Zelfs als ik de pil én condooms zou gebruiken, zou het nog een te groot risico zijn. Eigenlijk waren de enige opties een spiraal of sterilisatie.
Voor mijn ziekte hadden Sander en ik afgesproken dat als we geen kinderen meer wilden, hij er een knoop in zou laten leggen. Maar ineens schrok ik: gaat hij dat dan nu doen? Wat als ik er over twee jaar niet meer ben? Dan is hij pas vijfendertig en zit hij alleen met twee kinderen in een mooi huis in Haarlem. Misschien is er twee jaar later, op zijn zevendertigste, weer ruimte voor een nieuwe liefde. Wat als hij dan toch nog een keer vader wil worden? 'Zo'n definitieve keuze moeten we nu niet maken,' zei ik, 'je kan nog drie levens na mij hebben.' Ik had op dat moment niet door hoeveel pijn ik hem met die uitspraak deed. 'Alsof ik dat wil,' riep hij. 'Je zal wel moeten,' antwoordde ik, maar later begreep ik hoe hard het klonk. Nu praat ik niet meer over zijn leven na mij, alleen over het leven van nu. Maar goed, welke anticonceptie we zouden gaan gebruiken, bleef vooralsnog onbeslist.
We waren op vakantie in Italië, waar we het na de allerzwaarste weken eindelijk weer eens fijn hadden, toen ons hoofd er ineens naar stond. We waren voorzichtig, maar niet voorzichtig genoeg. In een ander leven hadden we gedacht: goh, een derde stond niet op de planning, maar als het zo is, dan is het zo. Nu hing ik aan de telefoon met het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis, als een tiener die met de staart tussen de benen haar moeder moest opbiechten dat ze onveilige seks had gehad, om te vragen welke morningafterpil ik wel en niet mocht. Maar dan niet op mijn veertiende, maar op mijn vierendertigste. Ik voelde me zó klein. De conclusie was dat ik niet één, maar twee morningafterpillen moest slikken. Daar sta je dan, niet veel later, in een vreemde apotheek in een strenggelovig land, om twee pillen te vragen. Dat zijn de momenten waarop ik denk: waar zijn we in godsnaam in terechtgekomen met z'n tweeën?
Lees ook: Net moeder en ongeneeslijk ziek #2: 'Lang zal ze leven, dat dacht ik ook altijd'
Disbalans
Het verdriet delen we, net als de angst om elkaar te verliezen, maar er is ook een disbalans. Sander is niet ziek, ik wel. Die disbalans zet druk op onze relatie en maakt dat we licht ontvlambaar kunnen zijn, alle kanten op. De ene keer moeten we keihard huilen, de andere keer worden we boos op elkaar. Toen Sander laatst een kleine ingreep bij de huisarts had, zei hij: 'Mag ik daarna dan een hele dag op de bank liggen?' Hij bedoelde er niets mee, maar het schoot totaal in het verkeerde keelgat. Dat heb ik in dit hele proces nog geen één keer gezegd. We hadden zelfs woorden over wie Morris van de opvang mocht halen. 'Jij hebt toch niet meer recht op hem nu?' zei Sander. Achteraf had hij gelijk. Omdat ik niet weet hoeveel keren het me nog gegeven is dat Morris lachend naar me toe komt rennen, was ik wel gaan vinden dat ik er meer recht op had. Maar ja, Sander weet uiteindelijk ook niet hoe vaak het hem gegeven is. Dat weet niemand.
Dat we anders met emoties omgaan, maakt het niet makkelijker. Sander vindt bijvoorbeeld troost in data. Sinds ik ziek ben, is hij ongeveer oncoloog geworden. Alles dat bekend is over mijn vorm kanker heeft hij tot op de bodem uitgeplozen. Ook heeft hij een alert ingesteld via AI, zodat hij meteen een melding krijgt als er nieuws is. 'Mag ik iets delen?' vraagt hij dan. Soms zeg ik nee. Ik hecht meer waarde aan hoe ik me voel. Als het een goede dag is, dan is het een goede dag, en dan heb ik geen behoefte aan data die dat beïnvloedt. En als het geen goede dag is, wil ik het liefst dat hij me gewoon een knuffel geeft en verder niets. Maar Sanders relatie met ChatGPT, zoals ik het weleens noem, is wel heel lief. Nadat ik een keer liet vallen dat ik me alleen voelde, heeft hij Chat gevraagd hoe hij er nog meer voor me kan zijn. 'Hoe zou ik deze dag met 10 procent kunnen verbeteren?' vroeg hij laatst ineens. 'Oh,' lachte ik, 'is dit weer een vraag van je tweede vriendin?'
Toch ben ik vooral heel trots op ons. Na die eerste gedachte, dat ik mijn relatie vaarwel kon zeggen, kwam een volgende: om dit goed te houden, moeten we álles gaan uitspreken. Onze communicatie was al goed, maar is de afgelopen maanden alleen maar beter geworden. We praten alles uit en blijven nergens lang in hangen, want stel dat ik nog maar twee jaar heb, wil je zo min mogelijk van die tijd ruzie maken. Dat is niet altijd makkelijk, want we bevinden ons ook nog in de tropenjaren en zijn als we 's avonds eindelijk ruimte hebben voor een gesprek met elkaar, vaak gewoon kapot. Maar we plannen bewust tijd met elkaar in, organiseren dates en gaan binnenkort, ondanks dat Oliver nog zo jong is, zelfs een paar nachten samen weg. Mensen zeggen weleens dat je pas na die eerste vier jaar met kinderen weer aan je relatie kunt gaan werken, maar ik kan het me niet veroorloven om daarop te wachten. Ik wil daar ook niet op wachten.
Het is een uitdaging, ongeneeslijk ziek zijn, een jong gezin hebben en dan ook nog je relatie onderhouden. Maar de afgelopen maanden heb ik ook gevoeld: als er een stel sterk genoeg is om het aan te kunnen, dan zijn wij het.
Wordt vervolgd.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))