Door: Eva Munnik
Journalist Eva Munnik is hartstikke team shoarma, maar besluit veganistisch te gaan eten. Als het lukt, tenminste.
Je kunt mij ’s nachts wakker maken voor shoarma van Grill Bar Jerusalem in Almere, waar ik opgroeide. Niets maakt me gelukkiger dan een hap van hun pita lamsvlees met heel veel knoflooksaus. Al een paar jaar eet ik grotendeels vegetarisch, maar als ik bij mijn ouders in Almere ben, mag ik zondigen. Dan bestellen we shoarma, plus één broodje extra om mee naar huis te nemen en de volgende ochtend als ontbijt te verorberen. Ook voor een Whopper of frikandel speciaal maak ik soms een uitzondering. ‘Flexitariër’ noem ik mezelf. Maar het wringt. Eigenlijk wil ik all the way vleesloos leven en zelfs nog een stap verdergaan: veganistisch worden. Dat betekent geen dierlijke producten gebruiken. Veganisten eten geen vlees, vis, zuivel, eieren en honing. En wil je het echt goed doen, dan draag je ook geen kleding van dierlijke producten: leer, wol, zijde.
Lees ook: Laat ons lekker: deze hobby's vinden mannen blijkbaar 'onaantrekkelijk'
De interesse in vegetarisch eten begon toen ik - hoogzwanger van mijn dochter - een reportageserie maakte voor RTV Utrecht met als thema 'lente'. Ik ging naar boerderijen om te kijken hoe daar nieuw leven ter wereld kwam. Het maakte me droevig. De koe baarde een stiertje, dat meteen werd weggehaald en alleen in een kaal hokje stond, amper een dag oud. Kuikentjes zaten met honderden in een lade in de fabriek. Een lade? Ja echt, zo’n uittreklade vol met van die schattige gele pluisdonsjes. Meteen nadat ze uit het ei waren gekomen, gingen ze naar de plofkippenfabriek om in zes weken tijd vetgemest en geslacht te worden. Ik besloot toen zo min mogelijk vlees te eten en alleen nog maar biologische producten te kopen. Dat was best makkelijk. Maar de laatste tijd denk ik steeds vaker: eigenlijk is het raar dat ik wel kaas en boter eet. Ik hou zo immers mede in stand dat stiertjes een ‘restproduct’ zijn omdat wij melk van hun moeders gebruiken.
Plant de campagne
Nu ik dit opschrijf, klink ik als een fanaticus. Ik wil niet zo'n geitenwollensokkenveganist zijn die met een wijzend vingertje het evangelie verspreidt. Dus ik hou nu op met mijn besluit te verklaren. Samengevat: voor mij is het dierenleed de voor- naamste motivatie. Mijn man is vooral bezig met de belasting voor de aarde. Hij was degene die anderhalve maand geleden voorstelde: zullen we veganistisch worden?
Ik ben altijd in voor een leuk verbeter-de-wereld-begin-bij-jezelf-project. Bovendien: ik heb de tijd mee, want vegan is hot. Zelfs Beyoncé en Jay-Z roepen hun fans op om veganistisch te worden. Hippe vegan restaurants zitten op elke straathoek (nou ja, in Amsterdam dan) en er wordt volop over geblogd. Bij Albert Heijn staat groot op de verpakking dat iets veganistisch is en als ik bij ah.nl het vegan-vinkje aanklik (lui als ik ben, bestel ik meestal mijn boodschappen online), blijft er nog genoeg over. Sojayoghurt en sojaboter blijken prima te smaken. Een aangename verrassing is de plantaardige shoarma, die is gewoon vet lekker! Soms werkt het vegan-vinkje niet en googel ik zelf. Zo leer ik dat Duyvis Oriental-borrelnootjes, Croky Bolognese-chips en Lays Naturel-chips geen dierlijke producten bevatten. Genoeg te knabbelen dus.
Toch blijft vegan eten een behoorlijke lifestyleverandering die de nodige uitdagingen met zich meebrengt. Uitdaging één: ik heb geen idee of mijn dochter, man en ik nu iets tekort gaan komen. Maar ik hou me vast aan het boek op mijn nachtkastje: Sapiens, een superboeiende beschrijving van het ontstaan van de mens. In ‘onze’ jager-verzamelaartijd hadden we eigenlijk een topleven. ’s Ochtends ging je als homo sapiens noten, vruchten en planten verzamelen. Af en toe schoot je een dier neer. Een paar uur per dag werkte je voor je voedsel en dan ging je bij het kampvuur zitten, een beetje vlechten, roddelen en sterke verhalen vertellen. Pas toen de mens ging landbouwen kwamen die lange, saaie werkdagen met dat eenzijdige dieet van veel graan met melk en eieren. Ik ben een jager-verzamelaartype, denk ik. Ik eet graag noten en planten, hou van korte werkdagen en roddelen en eet sporadisch een dier (het Almere-broodje-shoarma). Als de oermens erop floreerde, waarom wij dan niet? En voor de zekerheid haal ik vitamine B12 in huis.
Blijf van m’n wijntje af
Uitdaging twee: het kind. Onze dochter van zeven, Reza, vindt het allemaal prima, als het maar lekker is. Dat is ‘sonja-melk’ niet, deelt ze met opgetrokken neus mee na een slokje. Dus al snel doet de gewone (biologische) melk weer zijn intrede in ons huis. De Bifiworstjes als tienuurtje wil ze ook niet opgeven. Prima, ik ga haar niks opleggen. Verder kreeg ik er dankzij mijn armzalige opvoedcapaciteiten toch al nooit hartig broodbeleg als kaas of ham in. Ze blijft gewoon chocopasta eten. Het eigen huismerk is vegan: daar zit geen melkpoeder in, omdat dat goedkoper is.
Uitdaging drie: vrienden. Die gaan we hier niet mee opzadelen, besluiten mijn man en ik. Vooral mijn man wil geen 'verspreider van het evangelie' zijn (zal zijn jeugd als domineeszoon zijn); ik zie er niet zo'n kwaad in om onze mooie, verantwoorde keuzes toe te lichten (zal mijn jeugd bij linkse hippie-ouders zijn). Maar we zijn het erover eens dat we geen dieetwensen aan vrienden gaan doorgeven. Zo vaak eten we trouwens niet bij anderen. We zitten meestal in de kroeg en ja, dan zondigen we. Want de meeste wijnen zijn niet vegan (ik wilde heel graag geloven dat er alleen druiven in zitten, maar bij het klaren van de wijn worden vaak dierlijke producten gebruikt, zoals vislijm, caseïne of gelatine) en we eten gewoon mee van de door vrienden bestelde nacho’s met kaas en bitterballen.
Dat brengt me op uitdaging vier: snacken. Ik wil iets uit de frituur in de kantine! Als freelancer kom ik bij veel verschillende bedrijfsrestaurants. De ene keer is er een oesterzwamburger (lekker!) of vegakroket (ik proef geen verschil), de andere keer is er niks op vegan snackgebied. Ik ben geen salademens en dat maakt het nog ingewikkelder, want vaak is dat de enige veganistische optie. Gelukkig is er altijd wel iets wat ik lekker vind. Als ik thuis werk en een craving krijg, loop ik naar de Febo voor de nieuwste variant van hun grillburger (een persoonlijke favoriet sinds jaar en dag): de vega grillburger. Oké, er ontbreekt een 'n'. Maar ik steek mijn kop in het zand en ga niet uitzoeken of er ergens toch stiekem een dierlijk product in zit.
Van de kaart
Daarmee kom ik bij uitdaging vijf: waar ligt de grens? In sommige soorten brood schijnen dierlijke producten te zitten (varkenshaar, ieuw!). Echte vegans vermijden bepaalde soorten shampoo omdat er bijvoorbeeld bladluizen voor gebruikt worden (weird, maar waar). Honing is voor diehard vegans ook een no-go, want daar gebruikt de mens bijen voor. Ik besluit brood en honing nog even op het menu te laten staan. Eerst maar eens een nieuwe levensstijl zonder vlees en melkproducten, dan misschien een stap verder.
'Eieren kunnen we toch wel blijven eten?' vragen mijn man en ik hoopvol aan elkaar. Wat is er mis met een kip die een ei legt? Op zich niets, maar er gaat wel een soort genocide aan vooraf, ontdek ik als ik de populaire blog Lisa Goes Vegan lees: 'Als de eieren in een broedmachine uitkomen, worden de hennetjes en haantjes van elkaar gescheiden. De haantjes worden na geboorte direct vergast met kooldioxide of levend vermalen. Dit zijn veertig miljoen eendagskuikens en -haantjes per jaar in Nederland alleen.' Dus weliswaar heeft de kip die mijn eitje legde niet geleden, maar het bestaan van legkippen überhaupt betekent wel dat er miljoenen kuikentjes - die toevallig haantjes zijn en dus geen ei kunnen leggen - door de versnipperaar gaan. Maar wacht, ik koop toch altijd biologische eieren? Ik lees verder: 'Ik zou willen dat ik beter nieuws had.' (Ja, anders ik wel, Lisa.) 'Maar helaas gebeurt het afmaken van alle haantjes bij de productie van álle eieren, dus ook bij biologische en biologisch-dynamische eieren.'
Zucht. Ook voor eieren gaan we twisted met dieren om. Nooit meer zo’n smakelijk halfvloeibaar oranje dooiertje met zout… En er zijn nog meer producten waar ik met pijn in mijn smaak- papillen afscheid van neem (uitdaging zes). Wraps zonder crème fraîche (ik eet minstens één bakje crème fraîche bij één wrap), geen wienermelange uit de koffieautomaat op de redactie, geen Franse stinkkaasjes, geen spekjes en rookworst bij de stamppot. Het ergste offer van allemaal: een leven zonder mayonaise. Is er leven zonder mayonaise (en nee, vegan mayonaise smaakt niet als mayonaise)? Ik ben er nog niet over uit.
Massaal aan de soja
Oké, snap out of it, Eva. Terwijl de weken vorderen is er ook veel positiefs te melden. Zo heeft de supermarkt tegenwoordig tig humusvarianten (Maza Hoemoes Green Curry rocks!) die op een toastje best een aardig alternatief zijn voor de kaasjes. Aangezien ik totaal geen keukenprinses ben, heb ik geen tijd gestoken in het uitproberen van allemaal nieuwe veganistische recepten, maar onze bestaande ‘menukaart’ blijkt best aardig om te turnen in een vegan variant. Met kruiden kan ik een stamppot zo pimpen dat ik de spekjes bijna niet mis. Mijn dochters favoriet ‘rode spaghetti’ smaakt bijna exact hetzelfde met plantaardig gehakt en vegan geraspte kaas. Ik koop potten met notenmix, die ik overal driftig overheen strooi om er extra smaak aan te geven. Het werkt. En thank God voor soja. De Alpro Mild & Creamy gaat er met liters doorheen als alternatief voor yoghurt en de sojaboter is ook top.
Maar dan komt misschien wel de grootste uitdaging van allemaal. Ik krijg de verkoudheid from hell. Mijn neus is één harde, pijnlijke brok ellende en mijn huid is pijnlijk en vlekkerig. Ook mijn dochter krijgt pukkels en dan is haar neus aan de beurt. Het lijkt wel... allergie. Ik sla weer aan het googelen. Nee!
Lees ook: Dennis is een wandelend vegan-cliché: 'Ik ben het type dat ook op feestjes vertelt over dierenrechten'
Soja-allergie heeft als kenmerk neusslijmvliesontsteking en huidirritatie. Het zal toch niet? Hoe gaan we dit doen zonder soja? De stand van zaken na zes weken Eva & family go vegan: het valt toch een beetje tegen. We gaan weer aan de gewone yoghurt en boter om te kijken of er inderdaad sprake is van een soja-allergie in mijn huishouden (‘Geen sonja-spul meer, mam,’ smeekt mijn dochter). Als dat zo is, moeten we kijken hoe we dat oplossen. Er zijn alternatieven, maar bevallen die en staan die gewoon bij de supermarkt in het schap? Eieren hebben voor mij hun charme verloren (dat beeld van die kuikentjes in de shredder werkt nogal door), maar man en kind blijven ze vrolijk verorberen en ik heb moeite mayonaise op te geven. Kaas en melk kan ik missen, maar haal ik wel in huis voor mijn dochter. Ik geniet zelf steeds meer van stamppot met noten en kruiden, gegrilde groenten en humus. Hoe meer je vegan eet, hoe lekkerder je het vindt, merk ik.
Het scheelt dat we al flexitariër waren, vlees mis ik niet. Maar écht veganistisch zijn we dus niet. Mislukt? Vind ik niet. Wie zegt dat er maar één soort veganist is? Beyoncé komt niet verder dan ‘vegan Mondays’, lees ik later (ja, zo kan ik het ook). Ik ga voor mijn eigen stijl, noem het flexivegan of parttimevegan. Ik denk dat we de volledige overgang nog wel gaan maken, maar in ons eigen tempo. Het voelt een klein beetje als falen, alsof ik valsspeel
zodra het te lastig wordt, maar hé: het vlees is zwak.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))