Door: Redactie
Wegbezuinigd bij een reorganisatie: het gebeurt in een markt die onder druk staat aan de lopende band. Ook Marije Veerman overkomt het. Wie ben je nog zonder functie, visitekaartje en agenda vol meetings?
Het kamertje waarin we zitten is klein en kaal. Vier muren, een tafel en twee stoelen. Meer niet. Geen schilderij, geen plantje op de vensterbank, geen teken van leven. In de zes jaar dat ik hier werk, ben ik hier nog nooit geweest. Misschien is deze ruimte juist voor dit soort gesprekken zo ingericht: een kamer zo kil als de boodschap zelf. Als je in de magazinewereld werkt, hou je altijd een beetje rekening met een minder leuke boodschap: een reorganisatie, titels die verdwijnen. Aarzelend ga ik zitten. De lach die ik bij binnenkomst nog had, voelt ineens misplaatst. Is het hier zo warm of ligt het aan mij? Ik luister maar half naar het verhaal dat wordt verteld, hoe meelevend de persoon tegenover mij ook is. Ik hoor woorden als 'moeizame markt' en 'geplande reorganisatie'. 'Heb ik nog een baan?' vraag ik plompverloren. Het antwoord komt toch nog onverwacht. 'Nee. Helaas niet.' Is er überhaupt wel zuurstof in deze kamer?
Lees ook: Fuck: 5 tekenen dat je waarschijnlijk ontslagen gaat worden
Een laatste taboe
De eerste weken na het gesprek blijf ik malen. Ik weet dat ik het zakelijk moet bekijken: het simpele feit dat mijn salaris te hoog is voor de inkomsten van het merk. Maar het lukt me niet. Ik herkauw de woorden van het gesprek en lig 's nachts wakker, op zoek naar antwoorden. Het ergste van alles is nog wel: ik voel schaamte. Daar ben ik, in de bloei van mijn carrière, maar toch met één simpele beweging doorgestreept op een spreadsheet. Wat zegt dat over mij? Ben ik niet de moeite waard geweest om te behouden? Dat stemmetje dat ik dacht al jaren geleden het zwijgen te hebben opgelegd, begint ineens weer te roepen.
Ik zoek naar mensen die hetzelfde meemaken, maar ik vind er weinig. Zelfs op LinkedIn, waar mensen tegenwoordig werkelijk álles delen, is openlijk praten over baanverlies blijkbaar nog een van de laatste taboes. Het is best gek, want in mijn werk ben ik constant bezig met het doorbreken van taboes. Over seks, menstruatie, noem maar op, maar ik had nooit stilgestaan bij de oorverdovende stilte in onze maatschappij bij het verlies van je baan. Ook ik hoor mezelf in het eerste gesprek tegen mijn leidinggevende stamelen of er een mogelijkheid is om naar buiten toe te doen alsof het vertrek mijn eigen keuze is. Blijkbaar is er één ding erger dan je baan verliezen: dat anderen weten dat je weg moest.
Een oud-collega en marketingmanager die vorig jaar in mijn schoenen stond, drukt me op het hart om vooral te genieten: 'Wanneer krijg je nou de mogelijkheid om een paar maanden niets te doen?!' Zelf beleeft ze de zomer van haar leven. Ze gaat op retreat, zit zes weken op Ibiza. Daarna gaat ze gewoon verder met wat ze doet, maar dan freelance. Maar wat bij haar vanzelf lijkt te gaan, blijft bij mij wringen. Hoe ik ook probeer die rust in mezelf te vinden, het lukt niet. Het gekke is: ik zag mijn functie nooit als statussymbool, maar nu die zo abrupt van mij is ontnomen, merk ik dat ik er wel degelijk op heb geleund. Ik ben trots op wat ik heb bereikt in mijn carrière en identificeerde me met het merk waarvoor ik werkte. Als ik na een paar weken met een vriendin mee naar een werkuitje ga, weet ik plotseling niet meer wat ik moet zeggen als ik mijn hand uitsteek. Het voelt alsof ik ben afgesneden van iets essentieels. Alsof met mijn titel ook alles wat interessant aan mij is, door het afvoerputje is weggespoeld. Zie je wel, roept het stemmetje, je doet er niet meer toe.
Socioloog Max Weber schrijft begin twintigste eeuw al over de 'protestantse arbeidsethiek': werken als roeping, niet alleen omwille van jezelf, maar als bewijs van je waarde. Het zit blijkbaar nog steeds diep in onze maatschappij verweven. We vertellen maar wat graag wat we doen, wat we bereikt hebben en waar we naartoe gaan. Pas nu merk ik dat de eerste vraag die mensen op verjaardagen stellen steevast over werk gaat. Het is me nooit eerder opgevallen.
Negatieve gedachten
Schaamte, onzekerheid, verdriet, boosheid, gemis: het zijn gevoelens die volgens Janske van Eersel, psycholoog en auteur van Van de baan, heel herkenbaar zijn bij baanverlies. 'Mensen denken bij ontslag vaak niet aan rouw, maar het heeft hetzelfde effect. Werk is zoveel meer dan geld verdienen alleen. Het is een dagbesteding waar je tijd en energie in steekt en die uiteindelijk voldoening oplevert.' Toch is het volgens Van Eersel waar dat er in de maatschappij nog te weinig aandacht is voor de emotionele effecten. Door digitalisering, flexibele contracten en economische onzekerheid verliezen meer mensen dan ooit hun baan: volgens cijfers van het CBS zo'n 106.000 per jaar, op initiatief van de werkgever, maar erover praten doen we nauwelijks.
En dat is jammer, zegt Van Eersel. 'Als je je baan verliest, kunnen er allerlei negatieve gedachten over anderen ontstaan, over de toekomst en zelfs over de wereld: iedereen is tegen mij. Maar wat je nu vaak ziet, is dat mensen er door schaamte niet over praten en plekken vermijden. Je gaat niet naar dat feestje, niet naar een verjaardag en slaat een netwerkborrel liever over. Het laatste waar je zin in hebt, is geconfronteerd worden met je ontslag. Maar dan is er natuurlijk ook niemand die je uit je negatieve gedachten haalt. Ik had een cliënt die haar baan was verloren in het onderwijs en niet eens meer boodschappen durfde te doen in haar dorp, uit angst dat ze ouders of docenten tegen zou komen. Dan kom je vaak alleen maar vaster te zitten.'
Hoe heftig een ontslag aankomt, hangt af van veel factoren. Hoe belangrijk was het werk voor je? Was het gewoon een baan, of dé baan? Hoeveel tijd en energie heb je erin gestoken, en hoeveel leven buiten het werk heb je nog? Ook de manier waarop het ontslag verloopt speelt mee. Kwam het onverwacht, kreeg je uitleg, was er ruimte om afscheid te nemen? Volgens Van Eersel is dat laatste cruciaal. 'Het gaat om controle. Het gevoel dat iets je overkomt zonder dat je invloed hebt, is zwaar. Het helpt enorm als je in een paar heldere zinnen hoort waarom jij moest gaan en niet iemand anders. Passend afscheid nemen geeft je een stukje regie terug.'
Lees ook: Spreken in het openbaar: hoe doe je dat in godsnaam?
Antropoloog Danielle Braun noemt ontslag zelfs een moderne vorm van verbanning. Je wordt uitgesloten van een gemeenschap waar je deel van uitmaakte, zegt ze. Je levert je laptop en telefoon in, soms zelfs je auto, en ineens hoor je er niet meer bij, terwijl de groep (het bedrijf) gewoon doorgaat zonder jou. Dat verklaart volgens haar ook waarom het verlies van werk zulke diepe sporen kan nalaten. Niet voor niets ervaart bijna een vijfde van de mensen die hun baan verliezen na een halfjaar nog gevoelens van depressie.
Het belangrijkste, zegt Van Eersel, is dat je het rouwproces erkent. Ontkenning, boosheid, de vraag waarom jou dit overkomt, onzekerheid over de toekomst: ze horen er allemaal bij. 'Ik geef mijn cliënten vaak als tip om een brulbrief te schrijven. Het liefst met de hand, omdat dat andere hersengebieden activeert dan typen. Je schrijft alles eruit wat je voelt, aan wie je wil, hoe groot of klein de brief ook is. Daarna stuur je hem niet op, maar vernietig je hem. Het laatste wat je wil, is die woede vasthouden; de ander heeft immers vaak nergens last van.' Daarnaast benadrukt ze het belang van praten. 'We leven allang niet meer in een tijd waarin je een contract voor het leven hebt. Er is dus niets om je voor te schamen.'
Gratis therapie
De eerste keer dat ik een bericht over mijn baanverlies op LinkedIn plaatste, moest ik mezelf echt dwingen. Gooide ik geen deuren dicht door me zo kwetsbaar op te stellen? Maar ik wilde me niet langer verstoppen. Natuurlijk was het doodeng, maar ik merkte dat doordat ik er zelf over ging praten, ik juist ontzettend leuke reacties kreeg van mensen. Baanaanbiedingen, uitnodigingen voor koffie, het kwam ineens allemaal mijn kant op.
En die openheid bleef me iets opleveren. Een paar maanden na mijn ontslag kwam er een vraag van een uitgever om een boek te schrijven voor dertigers, die ik met beide handen aangreep. De gesprekken die ik voerde met twintig bekende dertigers voelden bijna als gratis therapie. Stuk voor stuk vrouwen die zich niet laten tegenhouden door een tegenslag. Een gesprek dat me bijblijft, is dat met schrijfster Malou Holshuijsen: 'Ik weet dondersgoed dat geen enkel persoon achter een bureautje mij kan vertellen of ik een toevoeging ben of niet.' Het is precies wat ik een paar weken later hoor in de woorden van de Engelse komiek Stephen Fry: 'We zijn werkwoorden, geen zelfstandig naamwoorden.' En dat klopt natuurlijk ook. Je bént geen verpleger of salesmanager, je bent iemand die goed is in plannen, organiseren, teams inspireren, schrijven, zorgen, opereren, pleiten, leiden, noem maar op. En je kwaliteiten pakt niemand je af.
Inmiddels ben ik een jaar verder en voel ik me sterker dan ooit. Ja, ik moest er even een dal voor door, maar ik heb in dat jaar ontzettend veel geleerd. Over mezelf, maar ook over mijn carrière. Ik leefde lang in de veronderstelling dat als je maar hard genoeg werkt en loyaal bent, de beloning vanzelf wel komt, en dat is misschien ook wel waar, maar niet altijd bij het bedrijf waar je op dat moment werkt. Ergens hoopte ik nog op een reddingsboei en bleef ik daar, ook na mijn ontslag, onbewust op wachten. Maar als ik iets geleerd heb, is het wel dat je niet moet wachten op een kans of een plek aan tafel. Je moet hem zelf creëren. Ik ben nu weer terug als zzp'er, zoals ik ooit mijn carrière begon en voel een enorme rust. Ik ben freelance journalist, geef cursussen en werk aan mijn tweede boek. Ik doe wat ik het liefste doe, maar belangrijker misschien nog: ik doe het op mijn manier en mijn voorwaarden.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))