Door: Anna Karolina Caban
Sherlock Holmes is er niks bij.
Ik ontwaak en ren naar mijn laptop. Als een bezetene begin ik het hele internet af te struinen naar de man die mijn hart zowel als mijn klit zo hard laat kloppen. Bingo. Binnen een paar klikken heb ik gevonden wat hij doet en waar. Ik meld mezelf ziek en zonder enig schuldgevoel over mijn ontwaakte gekte en verlangen om de man weer te zien, begeef ik me richting het adres.
Industrieterreinen doen het niet voor mij. Er hangt altijd zo’n vreemde macabere sfeer. De gebouwen zijn betonnen blokken, er is geen kleur te bekennen en iedereen kijkt je aan alsof je duidelijk verdwaald bent. Je gaat namelijk nooit zomaar richting een loods. Je hebt een doel. En ik, als opgefokte verwarde vrouw op zoek naar de man uit haar dromen, kan niet anders dan opgetrokken wenkbrauwen tegemoetzien.
Ik hoor gepiep van de heftrucks, getoeter en geschreeuw. Dit is zo niet mijn wereld, maar blijkbaar wel de zijne.
Met trillende stem vraag ik aan de eerste de beste man waar ik Robert Verhoef kan vinden. Hij wijst ietwat weifelend richting een kantoorpand en ik knik dankbaar.
Ik ontplof bijna van opwinding terwijl ik mijn stappen zet.
'Verdomme. Dit is de derde keer deze week. Bel Eduardo.'
Ook al ken ik de man niet, ik herken zijn stem uit duizenden. Zijn intonatie is woest, hard en totally not amused. Met grote stappen loopt hij naar buiten en zucht diep. Dan ziet hij me. Heel even lijkt de wereld stil te staan. We verankeren met onze blikken en laten niet los. Geen woord rolt er over onze lippen, maar er wordt een boek geschreven waar we bij staan.
'Meneer, ik heb Ed aan de telefoon.'
Een vriendelijke jongeman verschijnt vanuit het kantoor en kijkt onze kant op. Rob schudt zijn hoofd en wenkt naar de jongen dat hij weg moet.
'Ben je verdwaald?' vraagt hij ietwat geïrriteerd, maar ook een beetje geamuseerd.
Mijn gedachten stuiteren alle kanten op. Ik voel dat ik de controle over mijn lichaam verlies. Mijn tong voelt dik, mijn benen tintelen en wat zich tussen mijn benen afspeelt, kan het beste omschreven worden als een knetterende bliksem.
Kom op, Arzu, kom op, spreek ik mezelf toe.
'Luister, normaliter doe ik dit niet, maar ik heb je …'
'Normaliter doe je wat niet?'
Hij interrumpeert me. Zijn ogen zeggen iets wat ik nog niet begrijp. Ik haat het dat hij me zo van mijn stuk weet te brengen.
'Ik bedoel, ik loop niet achter iemand aan,' zeg ik stamelend.
'Nee, je gaat achterhalen waar iemand werkt en brengt een verrassingsbezoekje,' antwoordt hij plagend.
'Ik dacht dat je zei dat we elkaar al kenden,' zeg ik nu wat stelliger.
Hij knijpt zijn ogen toe tot smalle, duistere spleetjes en neemt me van top tot teen in zich op. Dit is precies hoe het voelde die avond op Ibiza. Hij schroeide de muur die ik om me heen heb gemetseld volledig weg met die penetrerende groene ogen.
'Durf je deze keer wel?' vraagt hij en doet een stap naar voren.
Ik ben niet voor niks helemaal hierheen gekomen. Er heerst een magnetische kracht tussen ons die gewoonweg niet te negeren valt. Nu zeggen dat ik toevallig in de buurt was, heeft niet echt zin.
Ik knik zacht.
'Kom mee.'
Hij strekt zijn arm uit en grijpt me bij de hand. Het is de eerste keer dat ik hem aanraak, maar het voelt alsof ik altijd mijn hand in de zijne heb gehad. Dit heb ik nooit eerder gevoeld. Dit is het gevoel van thuiskomen. Van precies zijn waar je moet zijn. Van eindelijk je bestemming te hebben bereikt en vooral van pure alignment.
'Baas?'
Ik neem plaats in zijn oldtimer en kijk naar de vragende blik van de jongen die weer uit zijn kantoor komt gerend.
'Ik neem de rest van de dag vrij. Zeg tegen Ed dat hij ervoor moet zorgen dat de spullen er morgen zijn. Geen excuses.'
Hij start de motor en drukt het gaspedaal in.
'Het duurde even voordat je er was, maar ik ben blij dat je er bent,' zegt hij nu op een warme, zachte manier en ik zou zweren dat er een leger aan kleine beestjes door mijn aderen marcheert.
Wordt vervolgd.
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))
:quality(85))