Door: Redactie
Voor &C's augustusnummer 'Zeg eens eerlijk', dat helemaal in het teken van liegen staat, vroegen we schrijver Marcel Langedijk om twee weken lang geen enkele leugen te vertellen en een verhaal te maken over hoe dat hem beviel. Het was behoorlijk zwaar, zo blijkt.
Je leest dit verhaal omdat ik geld nodig heb. Ik zou het mooier willen maken dan het is, maar dat mag niet. Dit vanwege het feit dat ik de redactie van het tijdschrift dat je nu leest, beloofde een verhaal te maken over hoe het leven is als je twee weken lang niet liegt. Dus geen keiharde leugens om iets voor elkaar te krijgen of om ergens onderuit te komen, maar ook geen leugentjes om bestwil die we elke dag vertellen om de dag draagbaar te maken. Dat klinkt lastig en ik zeg je: dat is het ook.
Lees ook: Door de paparazzi kwam hij erachter dat Chantal verliefd was op een ander
Ik weet bijvoorbeeld vrij zeker dat ik deze opdracht niet had gekregen als ik had gezegd dat ik 'm alleen voor het geld zou doen. Dat horen redacties niet graag, immers, zij willen dat je je ziel en zaligheid in je werk legt, dat er journalistieke prijzen voor hen in het verschiet liggen als ze jouw verhaal plaatsen, ze willen dat lezers huilen, lachen, begrijpen, voelen. Ze willen groots, ze willen meeslepend. Wat allemaal fantastische en belangrijke bijkomstigheden zijn, maar niet de hoofdreden dat ik een tijdje terug besloot het verhaal te schrijven. Maar dat vertelde ik natuurlijk niet aan de redactie, anders had jij dit verhaal niet gelezen en had ik nu minder geld gehad om zowel de huur van mijn huidige woning als de hypotheek van mijn nog te bouwen nieuwbouwwoning te betalen. Dus loog ik. Het zou mijn (bijna) laatste leugen van de komende twee weken zijn.
Ik voelde me gebruikt
Lang verhaal kort: niet liegen is een bitch. Het begon al op dag één toen de bel ging, mijn vrouw op haar werk was en mijn dochter op school. Mijn werk is veelal thuis en ik heb de gewoonte de deurbel volstrekt te negeren aangezien het vrijwel altijd gaat om buurtkinderen, collectanten of mensen die me van alles willen vertellen over het leven na de dood. Mijn vrienden en familie weten dit, dus die zullen nooit onaangekondigd op de stoep staan. Maar aangezien ik net had beloofd twee weken lang niet te liegen, besloot ik de deur toch open te doen. Just in case, want ik ben er nog steeds niet honderd procent zeker van, maar volgens mij is de deur niet opendoen ook een soort van liegen – je doet immers alsof je niet thuis bent, terwijl je dat wel degelijk bent.
Bij de voordeur stond een meneer met een griezelig vriendelijke glimlach, een grijze pantalon en een blauwwit geblokt overhemd met korte mouwen. Hij droeg ook nog sandalen. Nog voor hij begon met praten, wist ik dat hij mij kwam redden van de dood. Dit alles vanwege Jezus en God. En zo geschiedde: hij vroeg me of ik wel wist dat er een mogelijkheid tot eeuwig leven was. Aangezien ik niet meer mocht liegen, antwoordde ik eerlijk dat ik dat niet wist. Het leidde tot een zeven komma drie minuten durend gesprek dat ik anders absoluut niet had gehad en aan het eind voelde ik me gebruikt. Ik zweette ook een beetje. Ik wist dat het twee verschrikkelijke weken zouden worden.
Ik bezocht in die veertien dagen diverse winkels, Albert Heijnen en de lokale markt. Die winkels en supermarkten waren prima te doen vanwege zelfscanmogelijkheden, maar op de markt had ik het zwaar. Ze kennen me daar inmiddels en vragen dus altijd allervriendelijkst hoe het is. Gezien mijn vooral 's ochtends nogal sombere aard lieg ik dan dat het uitstekend gaat, maar dat is dus een leugen. De notenman keek me met een mengeling van verbazing en walging aan toen ik zijn beleefde vraag beantwoordde met: 'Riant kut, notenman.' Hij besloot niet verder te vragen, woog de gezouten pistachenoten in stilte, liet me afrekenen en wist niet hoe snel hij de volgende klant moest helpen. Tot zover de leuke relatie met de notenman.
Bij zowel de vis- als de kaasboer wordt mij elke week gevraagd of het een onsje meer mag zijn en ik lieg dan dat dat oké is, zelfs als het drie of vier onsjes extra zijn. Maar als ik eerlijk ben, wil ik niet drie onsjes meer. Noem me principieel, maar ik vraag om een kilo, dus wil ik een kilo. Fok jou en je extra onsjes. Dus toen de kaasboer vroeg of het erg was dat het 1.250 gram was in plaats van 1.000, zei ik: 'Ja, kaasboer, dat vind ik erg. Want het is een kwart meer dan waar ik om vroeg en als ik een stuk aanlever dat een kwart langer is dan ik beloofd had, krijg ik een gepikeerde redacteur aan de lijn die me vraagt waar ik in godsnaam mee bezig ben, met m'n baard. Dus pak dat mes en snij maar een nieuw stuk af.'
Althans, dat had ik wil zeggen, maar ik hield het op een verontschuldigend en laf 'ik wil toch echt graag een kilo'. Ik besloot de markt de week erop te mijden. Niet alleen vanwege mijn gebroken relaties met de notenman, kaas- en visboer, maar ook omdat de kaasboer me na het onsjesgeschil had verbeterd door te zeggen dat hij 'kaasspecialist' was in plaats van 'kaasboer'. Hij lachte er een beetje bij, maar ik zag dat hij het diep vanbinnen meende en dat trek ik niet. Ik ben ook gewoon een stukjesschrijver, geen schrijfspecialist.
Die moeder is inderdaad superlekker
We moeten het ook even over mijn vrouw en dochter hebben. Ik heb hen twee weken lang niets verteld van mijn project, omdat dat me het eerlijkst leek. Ook hier leidde het tot volstrekt ongemakkelijke situaties, al kon ik de voor de hand liggende afgronden vrij makkelijk omzeilen met humor. In elk geval waar het mijn vrouw betrof.
Hoe jet niet-liegen tegen zijn vrouw en dochter hem afging, of hij het twee weken heeft volgehouden en welke lessen hij uit zijn ervaring heeft gehaalt? Je leest het in &C's augustusnummer dat nú in de winkels ligt, maar dat je ook hier bij ons online bestelt. En dat wil je, want er staan nog meer van dit soort geweldige verhalen in (beloofd):
scoor &C’s nieuwste nummer nu hier!
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))