Door: Redactie
Kat Bobbie is de rust zelve, en schrijver Marcel Langedijk is dol op 'm - net als zijn dochter en vrouw. Maar de zoektocht naar het perfecte gezinshuisdier was nogal een rollercoaster: 'Deze familie wilde een huisdier, maar kreeg een psychopaat.'
Een beetje gezin heeft tegenwoordig een huisdier. De labradoodles en golden retrievers zijn dus niet aan te slepen, maar ook hamsters, cavia's, poezen, konijnen en veelkleurige vogels gaan als warme broodjes over de toonbank. Natuurlijk hielp de pandemie daarbij, maar ook zonder corona blijven dieren onverminderd populair. Want: goed voor de kinderen.
Lees ook: Let op: blaffende honden bijten niet? Deze honden bijten juist wél
Wie zin heeft zich erin te verdiepen, struikelt over de online-onderzoeken die uitleggen dat kinderen die opgroeien met huisdieren over het algemeen meer zelfvertrouwen, empathie en verantwoordelijkheidsgevoel hebben. Bovendien is de diervriendelijke koter als volwassene sociaal vaardiger en ze ervaren minder stress. Maar als ik ergens een broertje dood aan heb, zijn het online-onderzoeken. Want ik mag dan zonder huisdieren zijn opgegroeid - mijn ouders hadden een ongefundeerde angst voor alles met een vacht en meer dan twee benen - ik blaak van het zelfvertrouwen en verantwoordelijkheidsgevoel, zoals ik ook empathisch en sociaal vaardig ben. Stress heb ik wel, maar dat heeft iedereen, behalve de dalai lama en Arie Boomsma. Dit alles bleek uit gedegen zelfonderzoek in mijn omgeving, waaruit overigens ook naar voren kwam dat ik 'best cynisch' ben, 'veel mopper' en 'een wijkende haargrens' heb, maar dat terzijde.
Ik besloot er hoe dan ook uit te concluderen dat ik geen huisdier nodig had om een aardig mens te zijn. Maar toen ontmoette ik mijn vrouw. Zij dacht er anders over, zeker na de geboorte van onze dochter. Ik mocht dan best aardig zijn, op dat cynisme, gemopper en die wijkende haargrens na, maar onze dochter moest wel degelijk worden blootgesteld aan dierenliefde. Dat was supergoed voor haar, zei mijn vrouw. Ze had allemaal online-onderzoeken over dit onderwerp gecheckt en kijk, hier had ik wat handige linkjes.
Lauwwarme hoop
Een jaar lang hield ik stand tegen de smeekbedes van moeder en - inmiddels ook overtuigde - dochter, maar hoe cynisch ik ook ben, uiteindelijk won mijn empathie. Godzijdank wist ik met een laatste krachtsinspanning een hond tegen te houden. Want dat was hun inzet: het dier dat nooit zindelijk wordt. Ik snapte het niet. Hadden we eindelijk een dochter die de hele toiletgang zelf beheerste - geen gedoe meer met billendoekjes en spuitluiers - zouden we alsnog drie keer per dag achter een wezen aan moeten wandelen dat te pas en te onpas drollen dropt. Die jij op mag ruimen. Drie keer per dag een lauwwarme hoop stront in een plastic zakje frommelen? Ik dacht het niet.
En zo werd er besloten tot een kat. De naam hadden we al, opgedaan bij een vriend die vervelende mensen altijd uitschold voor 'loet', een wat coulantere uitvoering van 'lul'. Mijn vrouw vond de kat via via in een Brabants dorp. Twee uur rijden voor een rommelig rood katertje, maar voor gratis en de opwinding van onze dochter maakte veel goed.
Lees ook: Wat miauw je me nou? Veel mensen begrijpen hun eigen kat niet en dit is wat er fout gaat
Helaas bleek Loet een beest met issues. We zaten nog geen minuut te praten met de soon to be ex-eigenaar toen het dier ineens op de rugleuning van mijn stoel sprong, quasinonchalant aan mijn hoofd snuffelde om vervolgens met vier poten tegelijk en de klauwen uit mijn haargrens te bestormen. Hilariteit alom, iedereen lachen, mijn vrouw en dochter het hardst. Dat ik bloedde, scheen niemand iets uit te maken. Dit was 'té schattig, pap'. En in het universum van dierenliefhebbers blijkbaar een vorm van affectie. Maar Loet en ik gingen geen vrienden worden, zoveel was duidelijk.
Niet veel later reden we terug naar de andere kant van het land, ditmaal met een vrijwel continu jankende kitten op de achterbank. Boos vanwege de opsluiting in een reiskooi, zei mijn vrouw, maar ik wist beter: dit dier was een klootzak. Mijn dochter genoot ondertussen, brabbelde honderduit tegen haar nieuwe poezenvriend, zelfs toen die tot twee keer toe zijn kooi onder pieste. De ziekmakende geur - iets tussen komijnekaas en beerput - maakte mijn dag er niet beter op. Toch bleef ik empathisch, ik glimlachte zelfs naar vrouw en dochter. Tevergeefs. Ze voelden mijn onoprechtheid, dit was de lach van een seriemoordenaar.
Gat in de designbank
Mijn vrouw begreep het niet. Ze had meerdere katten gekend in haar leven, maar die waren toch echt anders. Lieve, rustige beesten die op je schoot kwamen spinnen. Maar Loet was anders. Loet was een probleemdier. Dat zag mijn vrouw ook in, maar ze durfde het niet toe te geven. Ze mompelde dat we er 'eigenlijk een soort van respect' voor moesten hebben dat Loet binnen tien minuten na aankomst in zijn nieuwe huis een halve muur in de bijkeuken van het behang had ontdaan én een gat had gegraven in de designbank die ik vijftien jaar geleden na lang sparen voor te veel geld had gekocht. Bovendien was die muur sowieso wel toe aan een nieuw behangetje. En was zo'n bank niet vooral een gebruiksvoorwerp? Ik lachte mijn seriemoordenaarslach.
De kattenbak bleek een soort Monkey Town voor Loet. Hij sprong er graag head first in, rolde rond in de korrels die zo fijn in zijn vacht bleven plakken en pieste of kakte vervolgens uitgebreid en zelfvoldaan in een hoek van de kamer. Het op-het-hoofd-van-argeloze-mensen-springen bleek geen uitzondering te zijn geweest. Het was blijkbaar een hobby van Loet, en voor mij uiteindelijk de verlossing uit mijn lijden. Na twee keer mijn dochters hoofd te hebben besprongen was de maat vol. Deze familie wilde een huisdier, maar kreeg een psychopaat - met alle respect voor Loet, die ongetwijfeld een ingewikkelde Brabantse jeugd achter de rug had in de villawijk waar hij vandaan kwam. Loet werd teruggebracht. En daarmee was de kous af.
Geen chemie
De zalige rust duurde een krappe week, want toen begonnen de kinderen uit de klas van onze dochter en masse hamsters in te slaan. Sofia had er een, zei mijn dochter. En Noor, Chloë, Malou en Mila. Nog voor ik besloot voet bij stuk te houden, hadden moeder en dochter via Marktplaats een hamster inclusief hok, speeltjes, voer, snacks en bodembedekking gevonden. Voor dertig euro. Die bodemprijs en de vermelding dat de zoon van de verkoper was 'uitgekeken' op het dier, zouden mij zelf hebben behoed voor deze aankoop. Maar mij werd niets gevraagd. Dus hadden we ineens een goudhamster. Hij werd Oos genoemd, niet naar de Amsterdamse augurkenkoning, maar naar een van de jongste kinderen uit dat gezin in Een huis vol.
Lees ook: Capibara, of nee, cavia Ewa heeft een flinke groenteverslaving: 'Een slanke den zal ik nooit zijn'
Ik ga hier verder niet te veel woorden aan vuil maken: Oos sliep overdag, werd 's nachts wakker en hield niet van mensen. Mijn dochter haalde hem drie keer uit zijn kooi, maar van chemie bleek geen sprake. Ze vond hem binnen twee dagen stom en saai. Zoals Noor, Sofia, Mila, Chloë en Malou hun hamsters ook stom en saai vonden. De hamsters zelf leken zich daar overigens weinig van aan te trekken. Waarmee niet veel later de konijnen in ons leven kwamen. Ze leken me een veilige optie, want konijnen konden in een buitenhok, zorgden dus niet voor stankoverlast, vielen je niet aan en zouden ver weg zijn van mijn designbank. Bovendien waren ze 'hartstikke cute,' aldus dochter.
Na een nieuwe online speurtocht werd gekozen voor een konijnenfirma ergens in een tochtig Fries dorp. Ze hadden goede recensies, zei mijn vrouw. Ik vond ze vooral schreeuwend duur en opperde dat er vast boeren waren die die dieren gratis weggaven. Of misschien konden we er een bij het tuincentrum halen? Moeder en dochter keken me verbouwereerd aan. Dierenwinkelkonijnen waren de droevigste konijnen ever, zeiden ze. Die waren eenzaam en slecht verzorgd en ze hadden via de diverse konijnenliefhebbers begrepen dat die dieren meestal binnen een week stierven van verdriet.
Basta!
Dus reden we naar Friesland. De mevrouw van het konijnenparadijs onthaalde ons vriendelijk met koffie en ontbijtkoek, maar ontstak in woede toen we vertelden dat we een konijn zochten. 'Eén konijn?!' riep ze, terwijl stukjes koek uit haar mond op mijn voorhoofd belandden. Ze liep rood aan, zette haar mok-met-konijnenafbeelding hard neer en legde uit dat we twee konijnen mee konden nemen, en daarmee basta. Want konijnen, zei ze op een iets zachtere toon toen ze de verschrikte blik van mijn dochter zag, zijn sociale dieren. Die willen knuffelen en samen zijn en lekker ravotten in het stro en elkaars oren en ogen schoonlikken. Ik onderdrukte de neiging om de Friese koek uit te braken en knikte begripvol, empathisch en stressloos.
Na anderhalf uur zoeken - het vinden van de juiste dieren bleek nogal een klus - gingen we naar huis met twee konijnen die we omdoopten tot Hazes en Rachel. Mijn dochter voerde ze precies vier dagen en ontdeed één keer het onwaarschijnlijk dure hok van de toch best nog intens stinkende keutels. Daarna vond ze het wel best, want die dieren waren meer bezig met elkaar dan met haar. Ze maakten bovendien geen geluid en aaien vonden ze eng. Hazes was nog wel lief en fluffy, maar hij weigerde te spelen, legde ze uit. En Rachel was 'ronduit een trut'. Waar hem dat in school, kon ze moeilijk uitleggen. 'Een gevoel,' zei mijn zesjarige dochter, waarbij ze haar hoofd schuin hield en haar ogen veelbetekenend tot spleetjes kneep.
Het konijnendrama werd nog dramatischer toen de dieren enkele maanden later ineens bruut vermoord bleken. De buurman wist hoe het zat: een steenmarter. 'Slinkse hufters,' gromde hij, terwijl hij uitlegde dat zo'n beest waarschijnlijk een kleine opening in de toch heel goed beveiligde ren had gevonden, waarna de konijnen geen enkele kans meer hadden gehad. 'Gelukkig kon hij ze niet meenemen,' opperde ik bij wijze van troost richting mijn dochter, 'want nu kunnen we ze begraven.'
Bobbie vindt het best
Na een sobere dienst en teraardebestelling leek het huisdierendebacle zich vanzelf te hebben opgelost, maar dan had ik buiten mijn onvermoeibare vrouw en dochter gerekend. Ze hadden de ideale kat gevonden. Een Maine Coon. Het bleek een vrij duur ras, nogal lijvig bovendien, maar ze hadden een 'rustig en stabiel' karakter. Ik wist dat tegenstribbelen geen enkele zin had. Dochterlief voelde uitstekend aan dat ik geen enkele weerstand kon bieden tegen het leed dat door marters vermoorde konijnen met zich meebracht. Niks mis met haar zelfvertrouwen, dat hadden al die pogingen tot het houden van huisdieren dan toch maar mooi bewerkstelligd.
En nu hebben we Bobbie. Ruim een jaar alweer. Het is inderdaad de rustigste en stabielste kat op aarde en als hij mauwt klinkt-ie als een kitten - zijn leeuwachtige voorkomen ten spijt. Dochter kan alles met hem doen: Bobbie vindt het best. Boos is hij nooit, sissen en grommen doet hij niet en hij heeft nog niemand z'n hoofd besprongen. Hij nam in de zomer op één dag vol trots drie verschillende door hem vermoorde vogels mee, maar daar bleef het bij. Alsof hij wilde laten zien dat hij ondanks zijn kindermauw wel degelijk oerkracht bezat, maar dat dat hierbij dan meteen ook voldoende bewezen was. En dat hij nu weer over wilde gaan tot de orde van de dag.
Oftewel: de godganse dag bij, op of naast onze dochter liggen, spinnen en slapen. En haar tot het meest sociaal vaardige, empathische, verantwoordelijke stressloze en sterkste kind ooit maken. Dat Bobbie op onbewaakte ogenblikken naar boven rent in een poging Oos de hamster te slopen, zien we dus met liefde door de vingers.
Voetnoot
In de maanden voor hun onfortuinlijke dood was ik degene die de konijnen met liefde verzorgde. Het verminderde mijn stresslevel en ik werd er nog empathischer van dan ik al was. En Oos maakt het uitstekend. Hij heeft in de nachtelijke uren veel plezier in zijn ruime kooi en is ondanks zijn mensenhaat zeer bevriend met mijn vrouw.
Dit verhaal komt uit &C's maartnummer 'Liefde zonder grenzen' die je hier bestelt. Wil je meer lezen over de (soms ingewikkelde) liefde die we voor onze huisdieren voelen? Dan is onze nieuwste editie 'Purrfect love' echt wat voor jou, en die bestel je hier:
Shop &C's nieuwste editie hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))