Door: Lisa Loeb
Terwijl we stiekem liever qualitytime met Gizmo hebben dan met onze eigen moeder, vertrekken we geen spier als we langs het vleesschap in de supermarkt lopen. Lisa Loeb onderzoekt haar eigen gebrek aan moraal als het op dieren aankomt.
Mijn eerste woordje was niet papa of mama, maar 'baai', waarmee ik bedoelde dat ik mijn kat wilde aaien. Ik was helemaal gek van Vladimir: een norse kater die altijd de baas in huis was geweest en toen ik vijf dagen na mijn geboorte thuiskwam uit het ziekenhuis direct op mijn hoofd ging liggen om te laten zien hoe de verhoudingen lagen. Die hiërarchie heb ik nooit betwist.
Nu, 36 jaar later, ligt mijn huidige kat Freddie (vernoemd naar Freddie Mercury, maar ze is een meisje, want we voeden haar en haar zusje Bowie genderneutraal op) naast me op de bank terwijl ik dit schrijf. Ze spint, ik aai over haar ruggetje en alles is vredig in ons kleine universum. Straks geef ik haar biologisch verantwoord voer met echte stukjes kip.
Anders dan ik kan Freddie niet kiezen voor een plantaardig dieet. Ze is een carnivoor die zonder vlees niet overleeft. Maar ik? Ik kan prima zonder. En toch eet ik het. Ik scrol huilend door Instagram-video's over mishandelde ezels in Roemenië, terwijl ik mijn tranen wegveeg met een hand die net een broodje kroket heeft vastgehouden. Een kroket waarvan ik heus wel snap dat die ook van een dier gemaakt is, maar die ik toch blijf eten. Niet omdat ik het niet weet, maar omdat ik het weet én het negeer. Omdat ik gek ben op kroketten. En op steak met bearnaisesaus. Sterker nog, dat is mijn absolute lievelingseten. Het water loopt me in de mond bij de gedachte alleen al.
Dubbele standaard
We hebben met z'n allen een merkwaardig systeem bedacht waarin sommige dieren familieleden zijn en andere ingrediënten. In Nederland leven drie miljoen katten en 1,9 miljoen honden als prinsen en prinsessen, oftewel: onze huisdieren. We vieren hun verjaardagen (guilty), kopen kerstcadeaus voor ze (ook guilty), en praten tegen ze alsof ze ons begrijpen (alleen begrijpt Freddie mij natuurlijk echt). Tegelijkertijd eten we per persoon jaarlijks zo'n achttien kilo varkensvlees, acht kilo rundvlees en twaalf kilo kip. Dat zijn ongeveer acht kippen per persoon.
Maar wanneer je een levende kip aait, blijken ze verrassend zacht te zijn en maken ze zelfs tevreden geluidjes als een soort kippenversie van spinnen. Dat doet je toch anders kijken naar een kipfilet. Tot je bij de Mexicaan bent en weer een burrito pulled chicken bestelt. De grens tussen huisdier en hoofdgerecht is volkomen willekeurig. In India zijn koeien heilig en worden ze vereerd met bloemen, in Peru serveren ze schattige cavia's als lekkernij en in Korea wordt het eten van hond pas in 2027 verboden. Wij gruwelen bij het idee onze trouwe viervoeters op te peuzelen, terwijl we zonder knipperen een lamsbout in de oven schuiven. Je weet wel: zo'n pluizig lammetje waar je automatisch 'aaah' bij zegt en waarvan je je voorstelt dat het vrolijk door een lenteweide huppelt. Maar de enige plek waar dit lammetje naartoe huppelt is de kebabspies.
Het meest absurde voorbeeld van onze dubbele standaard vind ik het circus. Sinds 2015 zijn wilde zoogdieren daar verboden. Geen tijgers meer die door brandende hoepels moeten springen of olifanten op veel te kleine krukjes. Terecht natuurlijk: het is wreed om wilde dieren trucjes te laten doen voor ons vermaak. Die paar honderd circusdieren in Nederland verdienden beter. Ondertussen zitten er nog steeds miljoenen varkens, kippen en koeien opgesloten binnen de bio-industrie. Die doen geen trucjes, maar brengen wel hun hele bestaan in een hok door dat net groot genoeg is om te overleven. Ze krijgen geen applaus, enkel een anoniem en stressvol einde bij de slachter. Maar daar maken we geen wetten tegen.
Sterker nog: we hebben wetten die bepalen dat deze dieren 'functioneel' gehouden mogen worden, wat een mooi woord is voor: zo efficiënt mogelijk, met zo min mogelijk ruimte en rechten. De wet beschermt vooral de omzet. Een tijger in het circus? Schandalig! Een varken dat haar hele leven niet buiten komt, behalve wanneer ze naar de slacht gereden wordt? Prima, zolang de kotelet maar betaalbaar blijft en we er niet mee lastig worden gevallen.
Zwak voor rood vlees
Thuis eten we nauwelijks vlees. Mijn man is vegetariër, we koken dus meestal vega of soms vis, en in de supermarkt laat ik de spekjes links liggen. Maar zet me in een restaurant en ik raak in een soort trance. Mijn brein weet alles van dierenleed, CO2-uitstoot en morele spagaten, maar dan ruikt het de entrecote, hoort het het woord 'bearnaisesaus' en denk ik: nu even niet. Geen moraal, geen overwegingen, mijn honger wint het dan altijd van mijn principes.
Tijdens mijn zwangerschap kreeg ik een intense afkeer van vleesvervangers: ik werd misselijk van de geur, de textuur en de smaak. Sindsdien heb ik ze maar vermeden. Uit gemak, uit luiheid en eerlijk? Omdat echt vlees lekkerder is. Nu hoor ik dus bij die ongemakkelijke middenmoot: ik ben geen fulltime vleeseter en geen principiële vega, meer zo'n parttime twijfelaar met een zwak voor rood vlees. Iemand die weet dat het niet klopt en het toch doet, en er op het moment zelf nauwelijks bij nadenkt.
Het geheim om dit zelfbedrog vol te houden? Anonimiteit. Stel je voor dat er in de supermarkt zou staan: 'Biefstuk van Klara, ze hield ervan om geaaid te worden.' Of: 'Filet van kip Henriëtte, was beste vriendinnen met Gerda.' Ik denk dat ons gedrag er dramatisch door zou veranderen. Je eet geen dieren met namen. Geef een dier een naam en het wordt iemand. Daarom heet mijn kat Freddie en die kip in de koeling gewoon kipfilet. Houd het naamloos en het blijft een ingrediënt.
De bio-industrie weet dit. Daarom heet het vlees en niet stukje dood dier. Daarom staat er niet op de verpakking hoe ons eten werkelijk geproduceerd wordt, en zijn er geen ramen in slachthuizen. De industrie houdt de laatjes in ons hoofd zorgvuldig gescheiden. En het systeem doet er alles aan om die scheiding in stand te houden. Supermarkten stunten met vlees, politici durven nauwelijks vleesvermindering aan te moedigen, en de vleessector klaagt zelfs vleesvervanger-producenten aan als die hun producten te veel op echt vlees laten lijken. De vleeslobby verdedigt niet alleen haar product, maar ook onze ontkenning.
Wij werken daar gewillig aan mee. We scrollen op TikTok langs filmpjes over knuffelvarkens en schattige geredde lammetjes, om daarna in dezelfde app een barbecuerecept te liken. In Nederland is inmiddels 5 procent van de mensen vegetariër en 22 procent noemt zich flexitariër, maar we eten nog steeds gemiddeld 37,5 kilo vlees per persoon per jaar. De vleesconsumptie is in dertien jaar met slechts vier kilo gedaald, terwijl het aantal vegetariërs in die periode is verdubbeld. We willen minder, zeggen dat we minder doen, maar we blijven consistent in onze inconsistentie. 77 procent van de Nederlanders maakt zich zorgen over dierenwelzijn, en toch slachten we dagelijks meer dan 1,7 miljoen dieren. Onderzoek laat zien dat hoe meer vlees iemand eet, hoe minder verantwoordelijk die persoon zich voelt voor dierenleed. Dissonantie maakt creatief. We ontkennen dat dieren bewustzijn hebben, minimaliseren onze rol of zeggen: 'Vlees is gewoon lekker.'
Maar of al deze inzichten er ook toe hebben geleid dat Lisa nu vegetariër is? Dat lees je in &C's oktobernummer 'Purrfect love' dat nu in de winkels ligt, maar je bestelt 'm ook hier online:
Shop &C's nieuwste editie hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))