Door: Redactie
Voor Vienna Elisabeth was coke smokkelen makkelijk geld verdienen. Tot op een ochtend de marechaussee haar slaapkamer binnenstormde. 'Ik wist dat deze dag kon komen. Maar toen het gebeurde, dacht ik maar één ding: fuck.'
Vienna (46): 'Boem. Boem. Boem. Het was maandagochtend vroeg en ik hoorde hoe mijn voordeur met grof geweld uit de sponning werd geslagen. Ik opende mijn ogen. Het had een gewone werkdag moeten worden, maar wat ik toen zag, zal ik mijn leven lang niet vergeten: rondom mijn bed stonden negen marechaussees. Ik wist dat deze dag kon komen; ik wist tenslotte waar ik mee bezig was. Maar toen het zover was, had ik maar één gedachte: fuck. Ze pakten meteen mijn telefoon af en ik mocht me aankleden pyjama uit, jas aan. Ik werkte zo snel en rustig mogelijk mee, want ik móést daar weg. Op de stoep voor mijn huis lag namelijk nog een halve kilo cocaïne te drogen. Als ze die hadden gevonden, was ik echt de lul geweest. Dan had ik nu waarschijnlijk nog steeds vastgezeten. Maar op dat moment waren ze vooral gefocust op één ding: mij.'
Schroefje los
'Ik ben geboren en opgegroeid op Curaçao. Mijn jeugd was niet makkelijk. Toen ik nog een baby was, heeft mijn moeder geprobeerd mij te verdrinken. Ze heeft schizofrenie. Mijn vader overleed toen ik drie was. Kennissen hebben toen een andere familie benaderd: kunnen jullie voor Vienna zorgen? Dus ik ben opgevoed door pleegouders. Als ik mijn biologische moeder zag, rende ik altijd naar de wc om me te verstoppen: ik was hartstikke bang voor haar. Schizofrenie is erfelijk, maar gelukkig heb ik het niet. Al zeg ik eerlijk: bij mij zitten ook wel een paar schroefjes los.
Als kind was ik pittig. En dat ben ik nog steeds. I don’t take no for an answer. Ik hoor graag 'ja' en ik zal altijd proberen mensen te overtuigen. Ik werk al sinds mijn vijftiende: als verkoopster, hotelreceptioniste, serveerster. Er is één ding wat ik van jongs af aan echt wilde: zelfstandig zijn. Mijn droom was stewardess worden: een eigen auto, eigen geld, mijn leven op orde. Van niemand afhankelijk zijn.'
Lees ook: Serena was seksverslaafd: 'Ik kickte op die extreme dingen, het gaf me een gevoel van controle'
Tweehonderd bolletjes
'Op mijn achttiende kwam ik naar Nederland om te studeren. Ik volgde een opleiding financiële administratie en begon al snel met werken. In die periode ontmoette ik op een Antilliaans feest in Rotterdam de man die later de vader van mijn dochter zou worden. Hij vroeg me ten dans en ik was op slag verliefd vooral op zijn uiterlijk. Hij was een man van de straat, diep verwikkeld in de criminele wereld. Ik kan er niet te veel over zeggen, maar het was in elk geval geen kantoorbaan. In het begin voelde het geweldig. Alsof ik eindelijk werd gezien door een man. Daarvoor had ik relaties met mannen die altijd weer naar huis moesten: ze hadden al een vrouw. Op de een of andere manier nam ik daar altijd genoegen mee. Ik was gewoon heel erg op zoek naar liefde. Bij hem had ik voor het eerst het gevoel: ík kan zijn vrouw worden. Dat gebeurde ook. We gingen al snel samenwonen.
Maar op een dag werd hij gearresteerd. Hij werd uiteindelijk vrijgesproken en zat 'maar' zes maanden vast, maar in die tijd hadden de schulden zich flink opgestapeld. Ik had voor zijn eten en drinken in de gevangenis betaald en we zaten met een stapel openstaande verkeersboetes. Ik wist dat er in de drugshandel veel geld te verdienen viel. Via mijn partner kende ik mensen uit het circuit. Ik hoorde de verhalen, wist hoe het werkte. Dus ik zei op een gegeven moment tegen hem: waarom blijven we zo leven? Er zijn andere manieren om aan geld te komen. Hij had vijftienhonderd gulden schadevergoeding gekregen voor de zes maanden die hij onterecht had vastgezeten. Ik stelde voor om dat geld te gebruiken om naar Curaçao te gaan en terug te vliegen met bolletjes cocaïne in ons lichaam. Die konden we hier verkopen.
Van jongs af aan heb ik al een enorme bewijsdrang. Noem me een pleaser. Hij zei vaak: 'Jij kan toch niks goed doen.' Ik wilde hem laten zien dat je op mij kunt rekenen. Dat ik zijn gelijke was. De drugs regelden we ter plekke, via een kennis. In een leegstaand huis op Curaçao lieten we de bolletjes cocaïne inpakken. Ik wilde erbij zijn terwijl dat gebeurde om te controleren of alles wel veilig verliep. De coke werd afgewogen, in boterhamzakjes gedaan, ingepakt met tape, daarna weer een zakje eromheen, nog een laagje tape. Alles om te zorgen dat ze niet zouden openscheuren.
Ik was pas 22, maar had me verdiept in de procedures. Sommige mensen zijn zó gierig, die willen zoveel mogelijk meenemen en hanteren de veiligheidsprocedures niet. En dan gaat het dus mis. Ik begon met een laxeermiddel om mijn lichaam helemaal leeg te maken. We zouden op vrijdag terugvliegen, dus ik startte op dinsdag al met slikken. In totaal heb ik tweehonderd bolletjes van vijf gram cocaïne doorgeslikt: samen één kilo. Dat gaat natuurlijk niet in één keer. De bolletjes – ongeveer zo groot als een vingerkootje – moeten rustig in je maag zakken. In die dagen at ik bijna niets, hooguit een soepje.
Mijn partner was een stuk minder gedisciplineerd en begon pas één dag van tevoren met slikken. Hij nam de helft. Ik vertrouwde op God. Ik bad zelfs: u weet van mijn situatie. Bescherm me. Als je te veel gaat nadenken – wat als er eentje knapt? – maak je jezelf gek. Angst zit in je hoofd. Je moet die knop omzetten. Ik was me bewust van de risico's, maar het kon me op dat moment niet schelen. Ik had een doel. En het lukte. Bij de douane stonden geen honden: we konden zo doorlopen. We verkochten de drugs en losten onze schulden af. Maar het smaakte naar meer. Ik wilde verder. Meer geld verdienen.'
Achtduizend euro
'Na die eerste keer werd de drempel snel lager. Ik werd er steeds makkelijker in. Ik vulde mijn shampoo- en conditionerflessen met cocaïne en ben zelfs een keer teruggevlogen met de kilo's drugs gewoon in mijn ingecheckte bagage. Op Curaçao werkten corrupte douaniers, mensen die je erdoorheen hielpen bij de security. Ik wachtte dan op het telefoontje: 'Nu inchecken, de persoon bij de balie weet dat jij komt.' En dan ging ik.
Op Schiphol is het wel gokken. Ik weet nog hoe ik daar eens stond met twee koffers: één met kleren, één met drugs. Mijn dochter was erbij. Ze was vijf. Terwijl ik om me heen keek, zag ik een groepje van vier mensen staan, net als ik afkomstig van Curaçao. Ik herkende meteen dat zij óók met iets bezig waren. Ze zeiden tegen elkaar: 'Kijk naar die deur, die is vrij, ga!' en ze liepen snel richting de uitgang. Ik liep vlak achter hen aan. Zij werden staande gehouden door de marechaussee. Ik glipte ertussendoor. Toen ik eenmaal buiten stond, barstte ik in tranen uit. Nu ik erover praat, voel ik mijn hart weer in mijn keel. Ik hield er zo'n achtduizend euro aan over. Ook dat geld ging vooral naar rekeningen en schulden. Het was nooit voor luxe. In mijn kast stonden geen Gucci- of Louis Vuitton-tassen.
Toen mijn vriend voor langere tijd de gevangenis in moest, verbrak ik de relatie en vertrok met mijn dochter naar Curaçao. Daar werkte ik weer keurig op de administratie bij een bedrijf. Ik zeg weleens: ik kan een vrouw van de straat zijn, maar ook een vrouw van kantoor. Helaas raakte ik die baan uiteindelijk kwijt. En op Curaçao krijg je geen uitkering zoals in Nederland, het leven daar is keihard. Via Facebook leerde ik een nieuwe man kennen, en ook hij zat in de drugswereld. Hij had zijn eigen route lopen, met vaste koeriers. In het begin deed ik niets, ik keek vanaf de zijlijn toe. Tot hij op een dag vroeg of ik iemand kende die zijn koeriers van Schiphol kon ophalen. Het zou goed betalen. Ik zei dat ik het zelf wel wilde doen en verhuisde terug naar Nederland.'
Geobserveerd door de politie
'Overdag had ik drie banen: ik deed de administratie bij een hotel en werkte als caissière bij zowel de Albert Heijn als de Action. Daarnaast haalde ik koeriers op van Schiphol en verwerkte ik de drugs thuis. Cocaïne die uit bolletjes komt is nat. Die moet je eerst drogen, gewoon in de magnetron. Daarna pers je de coke tot een plaatje van honderd gram. Niemand wist dat ik hiermee bezig was, behalve mijn dochter. Voor haar had ik geen geheimen. Als ik daar nu op terugkijk, weet ik dat ik dat niet goed heb aangepakt. Ik heb haar te veel behandeld als een vriendin, in plaats van als mijn dochter.
De drugs verkocht ik zelf door. Ik was altijd voorzichtig met wie ik benaderde, je kunt niemand vertrouwen. Als vrouw bevond ik me in een mannenwereld, maar ik heb mensenkennis. Daardoor kon ik gevaarlijke situaties goed inschatten. Ik liet kopers nooit weten waar ik woonde. En als ik bijvoorbeeld naar Roermond moest rijden om honderd gram te verkopen, deed ik dat nooit in mijn eentje. Eenmaal daar bleef ik scherp: eerst het geld op tafel, dan pas het spul. Daarna geen praatjes, meteen weg. Alles om de risico's zo klein mogelijk te houden. Ik keek altijd over mijn schouder. Dat ging langere tijd goed. Tot het misging. Twee van onze koeriers werden gearresteerd op Schiphol. Ze moeten mij hebben verlinkt, want niet veel later stond de marechaussee dus rond mijn bed. Op het bureau lieten ze me camerabeelden zien. Ik zag mezelf zitten in de hal van Schiphol. Soms bij de Burger King, soms bij de Starbucks. Blijkbaar werd ik al drie maanden in de gaten gehouden door de politie.'
In de vrouwengevangenis
'Mijn dochter was de eerste die ik belde vanuit het huis van bewaring. Ze was inmiddels zeventien en woonde op Curaçao bij mijn pleegouders, waar ze stage liep. Toen ze me aan de lijn kreeg, begon ze te huilen: 'Mama, wat ga ik doen?’ Ik zei tegen haar: 'Hou op met huilen, ik ben niet dood. Het is wat het is. Ik kom hier wel uit.' In het begin had ze het er moeilijk mee, maar ik heb haar duidelijk gemaakt dat dit een levensles was die ik moest leren. Ik was vooral opgelucht dat zij veilig was, bij mijn familie. De rechter veroordeelde mij uiteindelijk tot negen maanden cel voor het opzettelijk invoeren van cocaïne. Ik werd overgeplaatst naar de vrouwengevangenis in Nieuwersluis. De eerste weken waren zwaar: je vrijheid weg, je telefoon weg, bewakers die bepalen wanneer je eet, slaapt, doucht. Maar gek genoeg werd het in mijn hoofd juist stil. Voor het eerst had ik rust. Geen zorgen over rekeningen of wat ik die dag moest eten.
In de gevangenis leer je de kleinste dingen waarderen: een brief van mijn dochter, foto's van familie, even skypen. Zeker omdat het coronatijd was, en er toen geen bezoek mocht komen. Ik vierde alles daarbinnen: kerst, oud en nieuw, mijn verjaardag, de verjaardag van mijn dochter, Moederdag. Dan besef je pas echt hoe waardevol vrijheid is. Er waren vrouwen die me nieuwe klusjes aanboden, het is makkelijk om terug te vallen. Maar ik wist dat ik andere keuzes wilde maken. En ik had eindelijk de tijd en ruimte om daar écht over na te denken. In de gevangenis werkte ik als schoonmaakster en als tolk – Papiaments, Spaans, Nederlands. Ik hielp andere vrouwen met van alles: hoe je een telefoonkaart gebruikt, hoe je je was doet, wat de regels zijn.
Op een dag werd er een nieuwe Antilliaanse vrouw binnengebracht. Ik zag meteen dat er iets niet klopte. Ze was bang, zei nauwelijks iets, en keek steeds naar de grond. Ze sprak bijna geen Nederlands, dus ik probeerde haar te helpen. Ik praatte met haar, stelde haar gerust, en vertaalde wat ze zei voor de bewakers. Twee dagen later stond ik de keuken te dweilen, gewoon een normale ochtend, muziekje aan, toen ik ineens hard gebonk hoorde. Het klonk alsof iemand een deur eruit probeerde te trappen. Ik liep de gang op en zag dat de bewakers al bij haar cel stonden. Maar de deur ging niet open. Toen hoorde ik haar schreeuwen, in het Papiaments: 'Habri porta pa mi, mi ta muri!' – 'Doe de deur open, ik ga dood!' Ik kreeg kippenvel over mijn hele lijf. Ik riep meteen dat ze die deur open moesten maken. Toen dat eindelijk lukte, was ze volledig in paniek. Haar ogen stonden wijd open, ze kon nauwelijks meer praten en haar mond zat vol schuim. Ik herkende haar amper. Even later kwam de directeur persoonlijk naar mijn cel om te vertellen dat ze was overleden. Niemand wist dat ze nog bolletjes in haar buik had. Ik ook niet. Ze had het tegen niemand gezegd. Misschien durfde ze niet, misschien schaamde ze zich. Het was een enorme klap voor me, ik ben er wekenlang ziek van geweest. Ik heb veel gehuild, nachten wakker gelegen. Haar overlijden raakte iets dieps in mij. Ook omdat ik besefte: dit had mij kunnen overkomen. Op dat moment wist ik zeker: ik wil dit leven niet meer.'
Lees ook: Mareikes man zit in de gevangenis: 'Hij leek de ideale schoonzoon'
Eigen bedrijf
'Toen ik net was opgepakt, was ik woedend dat de koeriers mijn naam hadden genoemd. Maar achteraf ben ik juist dankbaar. Die negen maanden in de gevangenis hebben mijn leven veranderd. Eén keer vastzitten was voor mij genoeg om te beseffen: ik wil hier geen vaste klant worden. Ik moest stoppen. Vastzitten is pure tijdverspilling. Na mijn vrijlating pakte ik snel de draad weer op. Binnen drie maanden had ik een huis en werk. En sinds 2021 heb ik mijn eigen bedrijf. Ik doe van alles: ik verkoop kleding, organiseer feesten en loterijen. Soms is het zwaar: het is hard werken om rond te komen. Maar het geld dat ik nu verdien, voelt heel anders dan het geld dat ik verdiende met drugssmokkel. Het is eerlijk verdiend. Misschien gaat het nu allemaal wat langzamer, maar ik investeer mijn tijd en energie in iets positiefs en dat betaalt zich uiteindelijk terug.
Twee jaar geleden overleed mijn pleegvader aan kanker. Dat was een harde klap. Hij was degene die me het woord van God bijbracht en ook veel levenslessen die ik vroeger naast me neerlegde, maar waar ik nu vaak aan terugdenk. Het verdriet trok me onderuit. Ik kon zes maanden niet werken. Ik kwam mezelf tegen, maar ik ben niet teruggevallen in de drugshandel. Ik blijf vechten om mijn eigen geld te verdienen, met mijn eigen zaak. Want mijn vrijheid? Die geef ik nooit meer op.
Mijn enige zwakke plek is de liefde. In het reclasseringsrapport stond: 'Mevrouw Elisabeth heeft voldoende werk, inkomsten en perspectief voor de toekomst. Het enige punt van zorg is haar partnerkeuze. Het lijkt alsof ze daardoor meerdere keren in de problemen is geraakt.' En daar hebben ze gelijk in. Ik voel een leegte in mezelf, en sinds het overlijden van mijn pleegvader is die alleen maar groter geworden. Soms denk ik: waarom lukt het mij niet om gewoon geliefd te zijn, zoals ieder ander? Maar ik weet ook: geen man gaat dat gevoel voor mij oplossen. Dat moet ik zelf leren. Ik ben aan het daten met iemand die twintig jaar lang achter me aan zat. Misschien wordt het nu wel iets. Ik heb een andere mentaliteit: ik ben geen pleaser meer. Don’t cross the line. Ik ben 46. Ik heb fouten gemaakt. Maar ik ben er nog. En ik ben dankbaar, voor mijn dochter, mijn werk, en vooral: mijn vrijheid. Niemand neemt dat van mij af. Ook ikzelf niet.'
Je shopt 'm hier
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))