Door: Bobbie Bodt
Toen Bobbie Bodt een tijdje terug een oproep op haar socials plaatste begon haar zoektocht naar nieuwe vrienden. Met deze week: de zoektocht naar de ideale sportclub, met de ideale deelnemers.
Vriendinnen om over luiers mee te praten heb ik genoeg, en aan afspraakjes in de speeltuin ook geen gebrek. Ik zit ruim in de 'drie weken van tevoren plannen'-vriendschappen en 'de vriendin waar ik een halve dag voor in de auto moet stappen om het land door te crossen' is er in overvloed.
Maar al een paar jaar verlang ik naar iets anders. Een plek waar het even niet over kinderseries en werkagenda's gaat, maar waar de focus op onszelf ligt. Een sportclub. Niet per se hardcore fitness of met z'n allen in sync een berg op rennen om vervolgens uit te puffen in een ijsbad, maar gewoon een clubje gezellige vrouwen dat adhoc wil afspreken om samen te bewegen. Het liefst binnen een afstand van 25 minuten fietsen. Van yoga tot spinning en alles daartussenin. Laagdrempelig, één of twee vaste momenten per week elkaar zien en daarnaast losse sportmomenten in de whatsappgroep kunnen strooien. Verder ben ik niet veeleisend, hoor.
Mijn oma van 83 zwemt iedere week met dezelfde mensen en wandelt wekelijks met een andere vaste club. Ik weet het, dit zijn allemaal bejaarden, of liever gezegd: mensen op leeftijd. En toch klinkt dat voor mij als muziek in de oren. Niet de zwemles zelf, maar dat vaste sociale. Die club van mijn oma, dat wilde ik ook.
Dus zo plaatste ik een oproep op Instagram, sprak een oude vriend met een sportschool en die maakte tijd om ons persoonlijk les te geven. Tot mijn verbazing kwamen er 22 vrouwen opdagen. Voor de les had ik eerlijk gezegd best last van zweethandjes van de spanning, maar toen ze binnendruppelden zag ik stuk voor stuk leuke vrouwen vol met energie en zin - zin in verbinding, zin in beweging en sommigen, net als ik, vooral op zoek naar een stok achter de deur.
Nu, drie maanden later, zijn we met z'n achten over. De rest houdt het voor gezien. Iedereen zit nog wel keurig in de appgroep, maar de afhakers reageren niet meer. En dat is oké. We hebben een harde kern gevonden.
Een greep uit die harde kern: een podcastmaker uit de financiële wereld, een marketeer uit de verzekeringen, iemand die met een groep vreemden door Marokko trok en nu een naaicursus volgt, een keukenontwerpster en een televisieproducer van Man Bijt Hond. Een vaste groep vrouwen die elkaar (buiten de paar sportlessen om) niet kent, en het enige wat ons verbindt is dat we iets creatiefs doen én dat we elke week die drempel overstappen om te komen.
Iedere week spreek ik een paar meiden die ik anders nooit was tegengekomen. Niet had aangesproken. Misschien zelfs niet direct leuk had gevonden. En wat ik het mooiste vind, ik vind ze heel leuk en na een week of tien beginnen we langzaam een echte club te worden. Het heeft mij geleerd oordeelloos te kijken, dat er in ieder mens iets interessants schuilt. En ik ben niet de enige, want we zijn allemaal in contact met mensen die we anders misschien hadden gemist.
Soms denk ik ook aan de afhakers. Die al weken zwijgen. Zijn ze afgehaakt omdat we nu zo'n clubje zijn geworden waar je niet makkelijk meer in komt? Dat zou ik goed begrijpen, ik zou zelf ook niet meer aan durven haken. Of vinden ze ons gewoon niet leuk? Dat kan natuurlijk ook.
Ik wil al heel lang op tennisles. Niet omdat ik nou zo dol ben op tennis, maar omdat ik weleens van die oude knakkers op de baan zie staan. Het gevoel van zo'n vaste vereniging. Een bakkie voor en een bitterbal na. Een gedeelde passie met een flinke dosis gemeenschapsgevoel. Ik ga het gelijk in de groep gooien. Misschien slaan we als we bejaard zijn samen een balletje in plaats van dat we baantjes trekken - want ik hoop echt dat deze club dan nog bestaat.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))