Door: Tess Milne
Het centrum is druk met flirtende mensen die zin hebben in het weekend. Het zonnetje schijnt en na alle regen is de opluchting voelbaar. Toch voelen wij ons gestrest terwijl we met trillende handen een sigaret opsteken.
Charlotte knikt naar een imposant grachtenpand. 'Daar is het.' Ik hoor de stem van het kind weer in mijn hoofd schreeuwen. 'Papa hou op!' 'Ik wil naar mama' 'papa hou op!'
We lopen langs het grote raam, binnen is er een feest aan de gang. Te laag geknoopte bloesjes gemaakt van glimmende stoffen. Een man kijkt me recht aan. Ik kijk met een onlogische boog de andere kant op en voel me een mislukte Sherlock Holmes.
'We kunnen ook gewoon aanbellen en verhaal halen?' Charlotte, die zelf een kinderpsycholoog is, schudt haar hoofd. 'Alleen als we bij de politie een melding doen telt het voor de kinderbescherming. En of de kinderbescherming erbij betrokken wordt dat bepaald de politie.' 'Echt? Waarom weet ik dat niet?'
Terug in de achtertuin van het pand van waaruit we de stem meerdere keren hoorde schreeuwen, wikken en wegen we de situatie nog een keer.
'Wat als het gewoon een ruzie is? En de politie binnenvalt op een feest?' Het is een beslissing die een overweging verdient. 'Ik heb liever dat wij het mis hebben en dat de politie voor niks langsgaat dan andersom,' zeg ik. Charlotte is het daarmee eens en we geven het adres door aan de politie. Als we naar het restaurant om de hoek lopen rijdt de politieauto langs. Mijn hart klopt in mijn keel.
'Ik heb het gevoel alsof wij opgepakt gaan worden. Jij hebt het toch ook gehoord?' vraagt Charlotte gespannen. Ik knik. 'Het klonk niet best.'
Het is makkelijk om weg te kijken. Te doen alsof, misschien, het zal wel niet. Kinderstemmen gedoofd achter gesloten deuren. Maar altijd liever een melding te veel dan een uitgestoken hand te weinig.
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))