Door: Ismay Gijsen
Het aantal Nederlanders dat naast hun baan mantelzorger is, blijft de komende jaren toenemen. Vianna is een van hen: ze zorgt al sinds haar jeugd voor haar ouders en broertje, die allemaal een beperking hebben.
Vianna (31): 'Ik weet niet beter dan dat ik mantelzorger ben. Ik groeide op in een gezin waarin zowel mijn ouders
als broertje een verstandelijke beperking hadden. Het moment waarop ik besefte dat het er bij mij thuis anders
aan toeging dan bij andere kinderen, weet ik nog goed. Jarenlang dacht ik dat iedereen mee hielp in het huishouden of brieven voor las, tot op een dag het kwartje viel. Ik zat op de basisschool en zag hoe andere moeders gezellig met elkaar stonden te kletsen terwijl ze op hun kinderen wachtten. Verderop stond mijn moeder alleen bij het hek, met een filterbril op tegen het zonlicht, die ze droeg vanwege haar visuele beperking. Mijn klasgenootjes kletsten met hun moeders over hun schooldag, maar die van mij wilde vooral zo snel mogelijk naar huis. Toen besefte ik ineens dat mijn moeder anders was dan de rest.
In mijn jeugd heb ik vaker zulke momenten meegemaakt. Ik had niet veel vriendjes, maar ik weet nog dat ik eens met een vriendinnetje mee ging. Bij haar thuis konden we Sims spelen of een bordspel uit de kast pakken. Ongestoord kunnen spelen was ik niet gewend: bij mij thuis kon er elk moment een beroep op me worden
gedaan. Bijvoorbeeld om post voor te lezen voor mijn vader die analfabeet was. Tijdens oudergesprekken moest ik achteraf uitleggen wat er was besproken, in woorden die zij konden begrijpen. En waar andere kinderen in de
herfstvakantie leuke dingen deden, zat ik in de ambulance naast mijn vader, die naast zijn verstandelijke beperking chronisch ziek was en niet alleen naar het ziekenhuis kon gaan.
Fulltime mantelzorgen
Ik heb altijd mijn ouders ondersteund, maar het echte mantelzorgen begon voor mij toen ik twaalf was en mijn vader ziek werd. Hij kampte met diabetes en hartfalen, waardoor hij minder mobiel werd. Een pittige periode brak aan, want naast dat ik echt een vaderskindje was, deed hij ook veel in huis. Nu kwam dat ineens op mijn bordje terecht. Hoe ouder ik werd, hoe meer taken ik op me nam. Op mijn zestiende runde ik het huishouden, vroeg ik indicaties aan en regelde ik bijzondere bijstand. Het was een enorme puzzel om alles te managen. Ik hield alles bij in een kleurgecodeerde Google Agenda: roze voor mezelf, groen voor mijn moeder en geel voor mijn broertje. Op school had ik geregeld dat ik in een huiswerkklas mocht werken, zodat ik daar vragen kon stellen en huiswerk kon maken. Thuis zorgde ik dat er eten op tafel stond. Hier en daar kregen we hulp van instanties, maar er kwam nog steeds veel op mijn schouders terecht.
Ik was net achttien toen ik met mijn mbo-studie begon, mijn vader overleed in de eerste week. Tijd om te rouwen was er niet. Ik moest het huishouden draaiende houden en toen ik ging werken dagbesteding voor mijn moeder en broertje regelen. Ondertussen ging ik naar school, had ik een bijbaantje en zorgde altijd dat ik op tijd thuis was om er voor hen te zijn. Tijdens het eerste jaar stortte ik in en kreeg ik een depressie, omdat ik geen ruimte had om te rouwen of op iemand te leunen. Gelukkig ben ik hier door therapie bovenop gekomen en heb ik een paar jaar later alsnog mijn diploma kunnen halen.
Verlangen naar eigen leven
Met de jaren groeide het verlangen naar een eigen leven. Ik zorgde met alle liefde voor mijn familie, maar ik wilde ook op mezelf wonen, carrière maken, een leuke keren tegen het lijf lopen en kinderen krijgen. Dat kon niet zolang ik 24/7 thuis moest zorgen. Uiteindelijk verhuisde mijn broertje vier jaar geleden naar een instelling, en mijn moeder een jaar later. Nu zorg ik nog zo’n twaalf tot achttien uur per week voor ze. Ik ben van beiden mentor, en van mijn broertje ook bewindvoerder. Ik houd overzicht, heb contact met zorgverleners, regel ziekenhuisbezoeken en zorg dat alles loopt, maar ik ben daarnaast ook gewoon zus en dochter.
Ondanks dat we op een ander niveau zitten, vind ik het wel fijn om tijd met ze door te brengen. Ik doe bijvoorbeeld vrijwilligerswerk op de instelling van mijn broertje en neem hem elke zaterdag mee om iets leuks te doen. Dan zijn we ook gewoon echt broer en zus, binnenkort gaan we bijvoorbeeld samen naar Comic Con. Mijn moeder logeert vaak bij mij tijdens feestdagen en vakanties. Fulltime werken en mantelzorgen lukt niet, daarom werk ik nu parttime. Als medewerker ODM voor de provincie Overijssel en als raadslid in Emmen.
Ik heb mijn ouders nooit iets kwalijk genomen, ik heb altijd veel van mijn familie gehouden. Ondanks alles was het een liefdevol gezin. Mijn moeder laat haar liefde alleen op een andere manier zien. Ze houdt niet van knuffelen en een diepgaand gesprek zit er ook niet in, maar ze vindt het wel leuk om iets voor me te knutselen. In mijn jeugd probeerde ze me ook te helpen waar ze kon: ze is bijvoorbeeld vlakbij de Duitse grens geboren en hielp me vol enthousiasme met mijn uitspraak als ik een Duits examen had. Zo laat ze zien dat ze om me geeft en van me houdt.
In mijn jeugd heb ik wel veel gemist. Tegen mijn vrienden zeg ik weleens: het is een beetje alsof je op school begint met de keuzevakken en daarna pas de reguliere vakken. Mijn vriendinnen gingen rond hun zestiende uit en daten met jongens, ik zat thuis ingewikkelde formulieren in te vullen voor mijn ouders. Sommigen hebben inmiddels kinderen en ik begin nu pas met daten en uitgaan.
Lees ook: Bas raakte als zzp'er in de schulden: 'Ik verdiende te weinig om mezelf te onderhouden'
Hulp van buitenaf
'Iemand vroeg me onlangs of ik, als ik kon kiezen, in een ander gezin geboren zou willen worden. Eerlijk? Eigenlijk niet. Het heeft me misschien sneller volwassen gemaakt dan ik wilde, maar ook gevormd tot wie ik nu ben. Wat ik eigenlijk het meest heb gemist, is dat iemand naar mij omkeek. Kinderen uit mijn klas vonden me vaak vreemd, en hun ouders wilden liever niet dat ze met mij omgingen. Hulpverleners vonden mij ook een moeilijk geval. Iedereen bij ons thuis had een indicatie, behalve ik. Ze wisten niet wat ze met me aan moesten, en werden niet betaald om mij ook te helpen. Daardoor viel ik tussen wal en schip. Het was fijn geweest als iemand me toen aan de hand had genomen. Ik heb uiteindelijk heel veel gehad aan schoonmaker die we op een gegeven moment kregen toegewezen, zij was degene met wie ik kon praten over hoe het met me ging, over het leven, en bij wie ik zelfs terecht kon met vragen als: wat trek je aan naar een sollicitatiegesprek?
Tegelijkertijd zijn mijn moeder en broertje ook een voorbeeld voor mij. De simpele momenten zorgen voor het meeste geluk en genieten met elkaar is het allerbelangrijkste. Als ik een baaldag heb, biedt hun kijk op de wereld me perspectief.'
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))