Door: Edson da Graça
De laatste tijd ben ik super op dreef op feestjes en partijtjes. Ik heb veel kennis, feitjes en altijd een mening klaar staan. In elk gesprek ben ik een soort orakel geworden. Ik weet welke oefeningen je moet doen in de sportschool, terwijl ik er niet uitzie alsof ik die oefeningen zelf doe. Ik weet precies hoe alle wereldconflicten in elkaar zitten. En ga zo maar door. Je boy is aan het vlammen in conversaties.
Geen moment heb ik me afgevraagd waar deze plotse brede wijsheid vandaan kwam. Totdat Maud (mijn wijzere vrouw) mij laatst aansprak. Ik had het over de woningcrisis alsof ik persoonlijk bij elke gemeenteraadsvergadering aanwezig was geweest. Over inflatie alsof ik dagelijks met economen lunch. Over klimaatbeleid alsof ik 's avonds nog even met Al Gore en Greta Thunberg app. Maud keek me aan en stelde één simpele vraag: 'En waar heb je dat eigenlijk vandaan?' Ik begon te ratelen. 'Ja, gewoon... gezien. Gelezen. Online. Een gast zei dat...' Online. Ik hoorde mezelf praten en voelde het ongemak. Want ik ben toch slimmer dan dat? Ik ben toch niet iemand die zijn wereldbeeld samenstelt uit reels tussen het tandenpoetsen door?
En toch is precies dat gebeurd. Ergens tussen tweets, podcasts, YouTube-shorts en algoritmes is mijn brein gaan denken dat mensen met een ringlamp, een speldmicrofoon en een zelfverzekerde blik automatisch de waarheid spreken. Ze twijfelen namelijk nooit. Ze vertellen dingen met meer bravoure dan Cristiano Ronaldo na een halve omhaal in de Champions League-finale. Nooit zie je ze denken: misschien zit ik ernaast. Nooit een aarzelende zin. Nooit een ‘dit is ingewikkeld’. Nee. Ze kijken recht in de camera met dat gezicht van: ‘Ik kan niet geloven dat ik dit nog moet uitleggen aan jullie.’ Alsof wij collectief hebben gefaald. Alsof nuance een slechte eigenschap is. En het werkt. Want herhaling voelt als bewijs. Zekerheid voelt als expertise. Volume voelt als ‘het zal dan wel waar zijn’.
Langzaam stijg je op in die vlucht van ongefundeerde feiten en strak gemonteerde wereldbeelden. Je neemt het over. Je maakt het je eigen. Je serveert het op verjaardagen ingepakt als kennis. Als inzicht. Als waarheid. Zo verspreidt ‘de waarheid’ van iemand die zijn matras nog bij zijn moeder op de grond heeft liggen zich via iemand die denkt dat hij slimmer is dan dat, als een olievlek door de kamer. En och, wat voel ik me slim dan. Maar slim zijn is niet hetzelfde als goed geïnformeerd zijn. En goed geïnformeerd zijn, is niet hetzelfde als begrijpen waar je het over hebt. We zijn geen experts geworden. We zijn experts in het napraten geworden. Ik sprak laatst mijn neef en blijkbaar zitten we in hetzelfde algoritme, want hij zei dingen precies op dezelfde manier als ik een van die internethelden had horen zeggen. Ik vuurde Mauds vraag op hem af en ook bij hem dikke error.
Ik maak me echt zorgen, want al die bergen met informatie worden zo hapklaar voor je gepresenteerd. Ik vrees dat onze complexe macaronibreinen die van nature wel van een uitdaging houden, verworden tot appelmoes. Sinds Mauds vraag probeer ik iets nieuws. Vaker zeggen: ‘Weet ik veel.’ Of: ‘Daar heb ik me niet echt in verdiept.’ ‘Ik heb dat online gehoord, maar laten we checken of het klopt.’
Het klinkt minder indrukwekkend. Maar het is wel eerlijker.
Deze column vind je terug in de nieuwste &C 'Liefdesgedoe'.

:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))
:quality(95))